blank

Scriptieprijs 2018: 4 inzichten

Creatie, Marketing, Media maart 14, 2019 By

Sinds vorig jaar ben ik jurylid van de Scriptieprijs van de opleiding die ik zelf in 2001 afrondde: Communicatie- en Informatiewetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Vanavond wordt de winnaar van Scriptieprijs 2018 bekendgemaakt. Dus de afgelopen weken was het weer even ploeteren; 34 scripties kwamen in aanmerking voor de Scriptieprijs 2018. Na 34 samenvattingen beoordelen kwamen we tot een shortlist van 7. En ja, die ga je dan dus allemaal lezen. Ik kwam 4 inzichten tegen in de afstudeeronderzoeken die ik de moeite waard vond – en deel ze hier.

Camerawisselingen én emotie in Facebook-videos

Scriptie van Marco Bottenberg

‘Het bekijken van online-video’s is ontzettend populair en daarom is aandacht voor video’s op platformen zoals Facebook ontzettend belangrijk’, zo stelt Marco in zijn scriptie. Uit eerder onderzoek was gebleken dat camerawisselingen zorgen voor aandacht-reflexen (orienting response). Die zorgen ervoor dat de kijker meer cognitieve ruimte beschikbaar maakt om de boodschap te verwerken. En dat leidt weer tot een betere herkenning van en attitude tegenover de boodschap.

In Marco’s onderzoek worden deze bevindingen bevestigd. Wat minstens zo interessant is, is dat ook de emotionele lading achter de beelden een rol speelde bij het vormen van de attitude tegenover de video en de boodschap. De groep waarin de beelden als emotioneel ervaren werd, had een hogere attitude tegenover de video. En een lagere attitude tegenover de huidige stand van zaken in de pluimvee industrie (onderzoeksmateriaal betrof een video van Animal Rights).

Marco stelt dan ook dat emotie ook gezien kan worden als een ‘beeldkenmerk’ dat extra prikkels oproept. Dus niet alleen de visuele verandering van een shot (camerawisseling binnen of tussen scenes) zorgt voor aandacht reflexen, maar we kunnen ook eenvoudig stellen; meer emotie = meer prikkels. Wat bijdraagt aan een betere herkenning en hogere attitude. Misschien geen rocket science, maar toch weer een goede reminder voor een rationeel en meer inhoud-gedreven persoon als ikzelf…

Rookvrije generatie – narratieve versus persuasieve communicatie

Scriptie van Berber Boonstra

We kennen allemaal vormen van persuasieve communicatie waarbij stoppen met roken wordt gepredikt. Echter, persuasieve boodschappen kunnen weerstand oproepen en daarmee neemt de kans af dat de lezer het gewenste gedrag uitvoert. Berber onderzocht daarom een andere manier om ditzelfde doel te bereiken: verhalende communicatie.

Want verhalen zijn typerend voor de basis van menselijke interactie en bieden daarom een comfortabele en begrijpelijke manier om informatie te geven en te ontvangen. Door een narratief kan relatief eenvoudig een verhaal overgebracht worden van een persoon die in staat is geweest om succesvol te stopen met roken. Een hypothese was dan ook, dat respondenten die een narratieve tekst lezen, een hogere intentie hebben om te stoppen met roken dan respondenten die een informatieve tekst lezen.

De resultaten wijzen uit dat een verhaal inderdaad een positief effect heeft op de intentie om te stoppen met roken, maar alleen als de overtuigingen van een roker ontkracht zijn. Anders gezegd; een verhaal heeft in het huidige onderzoek geen overtuigende werking wanneer de argumentatiemodule ontbreekt. Aangezien een verhaal bij uitstek geschikt is om weerstand te omzeilen, lijkt het me een mooie conclusie dat verhalende communicatie werkt. Persoonlijk vind ik dat we dat ook al zien aan de vlucht die contentmarketing de laatste jaren heeft genomen. Goede ontwikkeling!

Progressiefotos: wel of niet inzetten

Scriptie van Saskia Renkema

Saskia onderzocht ‘het persuasieve effect van een progressiefoto naast een narratieve tekst’. Een progressiefoto is een afbeelding met een voor- en een na-situatie, die betrekking heeft tot bepaald (gewenst) gedrag. Je ziet ze veel om lichamelijke progressie (bijvoorbeeld van overgewicht naar een gezonder gewicht) in beeld te brengen – en ontvangers te motiveren hetzelfde gedrag te gaan vertonen. Saskia heeft onderzocht of deze foto’s inderdaad helpen bij het overtuigen van de ontvanger (intentie en gedrag).

Wat bleek? Er is een significant effect aangetoond: juist in de situatie waarbij er geen afbeelding aan de narratieve tekst is toegevoegd, werd het hoogst gescoord (op sympathie voor en identificatie met het hoofdpersonage). De slechtste resultaten werden behaald bij de situatie waarin er een progressiefoto met een voor- en na-stadium werd toegevoegd. Dit is het tegenovergestelde effect van wat verwacht werd: juist het afwezig laten van een effect- of progressiefoto leidt tot een significant grotere mate van sympathie en identificatie.

Ook opvallend: congruentie in het geslacht van het hoofdpersonage en de ontvanger leidt tot een significant hogere intentie tot het aannemen van het gewenste gedrag. Er kan geconcludeerd worden dat wanneer een progressiefoto niet in voldoende mate aansluit bij de doelgroep (en dat is al snel het geval) deze tegengestelde effecten teweeg kan brengen. Mijn conclusie: geen risico nemen en achterwege laten dus! Maar omdat beeld wel helpt om aandacht te trekken, zou ik het interessant vinden om illustraties in te zetten als alternatief.

Verschillen tussen dagbladen in stereotypering van minderheidsgroepen

Scriptie van Mariam Sugijanto

Mariam stelt dat negatieve ideologische kleuring ten aanzien van minderheidsgroepen in o.a. Nederlandse dagbladen voorkomt, zo blijkt uit diverse onderzoeken. Onderzoekers vonden vier verschillende manieren waarop negatieve kleuring zich kan manifesteren in tekst: stereotypering, wij-zij-deling, problematiseren en dehumaniseren van vluchtelingen.

In haar onderzoek wil Mariam antwoord vinden op hoe negatieve ideologische kleuring zich manifesteert in de beschrijving van personages in het Nederlandse verhalende nieuwsgenre. Ze vergeleek daarbij artikelen uit De Telegraaf, Algemeen Dagblad, de Volkskrant en NRC Handelsblad.

Vluchtelingen en gevestigden werden in de analyse met elkaar gecontrasteerd. De resultaten laten zien dat negatieve ideologische kleuring in alle vier de onderzochte kranten voor komt. Dit gebeurt echter niet op een structurele manier en de onderlinge verschillen tussen de kranten en binnen de kranten zelf bleken groot. In tegenstelling tot wat verwacht werd, laten de vier kranten zich niet op een eenduidige manier karakteriseren. Negatieve ideologische kleuring is te herkennen in alle onderzochte analyseonderdelen en laat vooral het verklarende mechanisme wij-zij-deling zien, waarin een positief personage tegenover een negatief personage wordt gepresenteerd. Mijn out-take: ook als je een ‘kwaliteitskrant’ leest, blijf je bewust van hoe er geschreven wordt.


blank

Nannie Gieles

Nannie is wysiwyg, enthousiast en houdt van aanpakken. Haar kracht ligt in het snel doorgronden van de marketing communicatie problematiek en het vinden van de oplossingen.

Fyre: leedvermaak als… februari 5, 2019